Mama: “Kom Ella, we gaan eten.” Ella: “Wat gaan we eten?” Mama: “Patatjes, tomaten, komkommer en zalm.” Ella: “Maar zalm vind ik niet lekker en er zitten kruiden op.” Mama: “Het zijn gewoon versierkruiden, de mevrouw van de winkel vond … Lees verder
Mama: “Kom Ella, we gaan eten.” Ella: “Wat gaan we eten?” Mama: “Patatjes, tomaten, komkommer en zalm.” Ella: “Maar zalm vind ik niet lekker en er zitten kruiden op.” Mama: “Het zijn gewoon versierkruiden, de mevrouw van de winkel vond … Lees verder