Omdat Ella een tweetal weken geleden maar weigerde te eten – ja zelfs een stukje taart ging er niet meer in – en haar hoest meer en meer onheilspellend begon te klinken, waren we er toch maar naar de huisarts mee getrokken. Die beval ons prompt om meteen naar het ziekenhuis te gaan en een röntgenfoto van Ella haar longen te laten maken: ze vreesde dat het weleens een longontsteking zou kunnen zijn. Slik… het ziekenhuis… daar waren we bij wijze van spreken niet meer geweest sinds we er met Ella drie jaar geleden buiten gekomen waren. Het beloofde nog een lange vrijdagavond te worden, die 17de april.
Na het inschrijven en de zoektocht naar de juiste afdeling, moest Ella een ‘fotootje’ laten maken: zo hadden we haar er ondertussen op voorbereid. Mama moest de kamer uit – een zwangere buik, weet je wel – en papa moest achter een schermpje wachten. Even dacht ik dat dit niet goed ging gaan, maar de vriendelijke verpleger wist blijkbaar wel meteen de goede snaar te raken. Ella deed flink wat haar gezegd werd (‘Mooi blijven staan, even je kin omhoog’, enzovoort) en een kwartiertje later hadden we al de uitslag. Geen longontsteking. Gelukkig. Weer even bellen naar de huisarts, maar die adviseerde om toch voor de zekerheid ook maar eens naar de pediater te gaan. Ook daar liet Ella zich heel goed onderzoeken: zelfs het uitstrijkje van de keel mocht mevrouw de kinderarts wel nemen. Daaruit bleek de maandag nadien dat er geen streptokokken in het spel waren en dat het gewoon een hele zware bronchitis was. Veel gedoe voor ‘niets’ dus. Toch mogen we gelukkig zijn dat het bijna drie jaar duurde vooraleer we zoiets meemaakten. En Ella? Die vond ‘het ziekenhuis’ uiteindelijk nog wel een belevenis. “Kijk papa, dat zijn de bedden met de zieke mensen. Die moeten nog rusten he”
